De belangrijkste wetenschappelijke prestatie van Albert Einstein wordt algemeen beschouwd als de algemene relativiteitstheorie. Het kostte hem acht jaar om daar te komen.
Hij had in 1905 al een speciale relativiteitstheorie voorgesteld. Die theorie veranderde de manier waarop we naar tijd en ruimte keken. Maar er zat een flagrante omissie in. Er werd geen rekening gehouden met zwaartekracht of versnelling. Einstein besefte deze kloof onmiddellijk.
De daaropvolgende acht jaar worstelde hij met het probleem. De oplossing kwam in 1915.
In dit nieuwe raamwerk is de zwaartekracht geen mysterieuze kracht die objecten door de lege ruimte trekt. Het is een fysieke eigenschap van het universum zelf. Concreet is het een kromming van het weefsel van de ruimte-tijd. Enorme objecten zoals de zon vervormen de ruimte om hen heen. Andere objecten volgen die curven.
Deze verschuiving in perspectief verklaart verschijnselen die de Newtoniaanse natuurkunde niet kon verklaren. Het voorspelt zwaartekrachtsgolven. Het beschrijft de aard van zwarte gaten. Het biedt zelfs de wiskundige basis om te begrijpen waarom het universum uitdijt.
De algemene relativiteitstheorie blijft de basis van de moderne kosmologie. Het veranderde de zwaartekracht van een mysterie van actie op afstand in een geometrische realiteit. Zonder dit zouden we geen accuraat model van de kosmos hebben.
















