Neanderthalerjacht bevestigd: 125.000 jaar oude olifantenslachterij onthult gedetailleerde jachtpraktijken

20
Neanderthalerjacht bevestigd: 125.000 jaar oude olifantenslachterij onthult gedetailleerde jachtpraktijken

Decennia lang lag een opmerkelijke archeologische vondst in Duitsland grotendeels in de vergetelheid: het skelet van een olifant met rechte slagtanden, daterend van 125.000 jaar oud, met een opmerkelijk bewaard gebleven houten speer tussen de ribben. Recente analyses hebben eindelijk bevestigd wat velen vermoedden: dit was geen toeval. De speer werd opzettelijk door de Neanderthalers in het dier gestoken, wat bewees dat ze bekwame jagers op groot wild waren, en niet alleen maar aaseters.

De vergeten ontdekking

De botten werden voor het eerst opgegraven in 1948 nabij Lehringen, een klein Duits dorp. De speer, een taxuslans van 2,3 meter, was destijds de oudste complete speer ooit gevonden. De eerste opgraving verliep echter chaotisch. Het plaatselijke schoolhoofd en amateurarcheoloog Alexander Rosenbrock hield met beperkte middelen toezicht op de opgraving, en sommige botten werden gestolen voordat de juiste documentatie kon worden gedaan.

Jarenlang werd de betekenis van de site overschaduwd door bureaucratie en een zeven jaar durende juridische strijd om het eigendom. Rosenbrock kreeg uiteindelijk het recht om de vondsten in zijn plaatselijke museum te bewaren, wat bijdroeg aan hun onduidelijkheid. Hij stierf voordat hij zijn bevindingen publiceerde, waardoor het mysterie onopgelost bleef.

Twijfels en herontdekking

In de daaropvolgende 75 jaar slopen er twijfels. Zijn de speer en de olifant eenvoudigweg bij toeval samen gevonden? Twee afzonderlijke onderzoeken van de botten leverden geen duidelijk bewijs van slachtsporen op. De site bleef onder de loep, maar zonder definitief bewijs bleef het verhaal van een opzettelijke jacht onbevestigd.

In 2025 onderzocht Ivo Verheijen, expert bij het Schöningen Research Museum, de vondsten uit Lehringen opnieuw. Wat begon als een klein project breidde zich snel uit toen hij op de museumzolder een ‘vrachtwagenlading’ vergeten dozen ontdekte. Binnenin bevonden zich niet alleen botten, maar ook de originele aantekeningen van Rosenbrock, overgenomen door zijn dochter Waltraut Deibel-Rosenbrock, die een cruciale link vormden met de oorspronkelijke opgraving.

Definitief bewijs van een jacht op Neanderthalers

Het team van Verheijen vond al snel duidelijke sporen op de botten van de olifant, waaruit bleek dat het dier zowel uitwendig als inwendig was afgeslacht. De olifant, een mannelijk mannetje van meer dan 3,5 meter hoog, stierf op ongeveer 30-jarige leeftijd. Dit suggereert dat de Neanderthalers zich op een eenzaam dier richtten, waardoor het gemakkelijker werd om te jagen.

Het team vond ook bewijs dat de Neanderthalers organen van de olifant hadden geoogst terwijl deze nog vers was, wat erop wijst dat de speeraanval waarschijnlijk dodelijk was en dat de aanwezigheid van het wapen niet toevallig was. De vindplaats bevatte extra botten van beren, bevers en oerossen, allemaal voorzien van slachtsporen, wat duidt op een routinematige jachtpraktijk.

De Neanderthalers volgden de gewonde olifant waarschijnlijk naar de oever van het meer, waar hij instortte en een speer onder zijn gewicht verpletterde. Deze gedetailleerde scène schetst een levendig beeld van hun jachtmethoden.

Betekenis en toekomstig onderzoek

De Lehringen-site is een van de belangrijkste Neanderthaler-locaties in Duitsland. Ondanks dat het tientallen jaren lang over het hoofd werd gezien, biedt het nu een van de meest complete en gedetailleerde inkijkjes in de Neanderthaler-jachtpraktijken die ooit zijn ontdekt. Het team is van plan de speer zelf opnieuw te onderzoeken en zo dit opmerkelijke moment in de menselijke geschiedenis verder te belichten.

De herontdekking van Lehringen onderstreept het belang van het behoud van archeologische vindplaatsen en het opnieuw onderzoeken van vergeten ontdekkingen met moderne analytische technieken. Dit project heeft de Neanderthalers eindelijk de jachterfenis gegeven die ze verdienden.